De
Burgemeester kan de vergunning voor een speelgelegenheid intrekken,
indien:
de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het
bedrijfsplan heeft opgenomen;
het aanvullend bedrijfsplan als bedoeld in artikel 5.2.3,
derde lid, onvoldoende garanties geeft dat de Wet op de
kansspelen niet zal worden
overtreden;
het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt
overtreden;
in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een
bedreiging vormen voor de veiligheid of orde in het
bedrijf;
de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat
door de aanwezigheid van het bedrijf wordt verstoord of
benadeeld;
de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan de in
artikel 5.2.5, onder a en b, gestelde
eisen;
de exploitant de in artikel 5.2.7 neergelegde verplichting
niet of onvoldoende nakomt;
de exploitant het toezicht op de naleving van het in dit
hoofdstuk bepaalde belemmert of
bemoeilijkt.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 2
Artikel 5.2.9
Gronden voor intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006