Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Afdeling 1

Artikel 9.1.3

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder verstaat. 2.. het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: indien degene die voornmens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg daarvan niet tevoren melding heeft gedaan bij het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 3.. Het college verbiedt het maken of veranderen van een uitweg: indien het veilig en doelmatig gebruik van de weg in het geding komt; indien dat ten koste gaat van een parkeerplaats en dat naar het college niet toelaatbaar is in verband met de parkeerdruk ter plaatse; indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of openbaar groen; het uiterlijk aanzien van de gemeente op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. 4.. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 5.. Het verbod in het tweede lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Rechtspraak bij dit artikel