In deze afdeling wordt verstaan onder:
Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of
ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee
vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die,
al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar
of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen
alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.
Woonplaats: een door het college aangewezen gebied
waaraan een woonplaatsnaam is toegekend.
Complex: een afgebakend samengesteld geheel van
gebouwen en bouwwerken (industriecomplex, complex met
vakantiehuisjes, kazernecomplex, agrarisch complex,
jachthavencomplex, etc.).
Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare
toegang, waarop zich geen bouwwerken bevinden.
Ligplaats: een deel van het openbare water dat is
bestemd voor het permanent afmeren van een (woon)schip of
een woonark.
Standplaats: een kavel, die is bestemd voor het
plaatsen van een woonwagen, waarop (nuts)voorzieningen
aanwezig zijn.
Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische
cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of
cijfer, of combinatie van letters en cijfers.
Object: een gebouw, complex, afgebakend terrein,
ligplaats of standplaats.
Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een
beperkt zakelijk recht de beschikking heeft over een
onroerende zaak, alsmede de beheerder.
Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van
technische en administratieve aard.
Hoofdstuk 9 › Afdeling 3
Artikel 9.3.1
Begripsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2006