De burgemeester trekt de vergunning in, indien:
ter verkrijging van de vergunning gegevens zijn verstrekt
die zodanig onjuist of anders blijken te zijn, dat op de
aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de
beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend
waren geweest;
door de wijze van exploitatie het woon- en leefklimaat in de
naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
aangetast of dreigt te worden aangetast;
zich in het betrokken horecabedrijf feiten of omstandigheden
hebben voorgedaan die de ernstige vrees wettigen dat het van
kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de
openbare orde;
binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de
vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, anders
dan wegens overmacht;
de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode langer
dan een jaar is of wordt onderbroken, anders dan wegens
overmacht;
de vergunninghouders c.q. –houders hierom verzoekt c.q.
verzoeken;
er aanwijzingen zijn, dat in het horecabedrijf personen
werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of
krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
2000 bepaalde.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28b
Intrekkingsgronden exploitatievergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Valkenburg aan de Geul 2013