Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
de weg of andere openbare plaats post te vatten of zich daar heen en
weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te
bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het
kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de
Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af
te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
zijn of daarin te bemiddelen.
Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, Veiligheidsrisicogebieden en
cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:10, 2:16, 2:19, 2:47,
2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet
naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de
veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de
zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of
openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel
geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer
bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
houden.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een
bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw
strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen
verricht] een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12
weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op
een openbare plaats op te houden.
Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden
gegeven als het strafbare feit of de openbare orde
verstorende handeling binnen 12 maanden na het geven van een
eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid,
plaatsvindt.
De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen
van een bevel.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 14.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Valkenburg aan de Geul 2013