Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
bestuursorgaan.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
ieder geval vermeld:
de persoonsgegevens van de exploitant;
de persoonsgegevens van de beheerder; en
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
de locatie van de inrichting.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
De exploitant en de beheerder:
staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
ouderlijke macht of de voogdij;
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
en de beheerder niet:
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing
van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter
beschikking gesteld;
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
door de rechter in Nederland inclusief de 3 openbare
lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curacao en
St. Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
wegens overtreding van:
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
vreemdelingen;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
Strafrecht;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
1994;
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
Wet op de kansspelen;
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
gelijk gesteld:
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
bedraagt;
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
wordt:
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
datum van de intrekking van deze vergunning.
De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
verwijt treft.
Artikel 3:6 Sluitingstijden
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
verblijven:
op maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 8.00
uur;
op zaterdag en zondag tussen 0.00. en 12.00
uur.
Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 voor een
afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
vaststellen.
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
artikel 3:7 eerste lid, gesloten dient te zijn.
Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
voorschriften.
Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
sluiting
Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;
van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk
de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3:7a Intrekking van de vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan het bevoegde
bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid
genoemde belangen of in geval van handelen of nalaten in strijd met
de bepalingen in dit hoofdstuk, de aan de vergunning verbonden
voorschriften, of de nadere regels als bedoeld in artikel 3:3, de
vergunning intrekken.
Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
beheerder
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
aanwezig is.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
in de seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
en in de Wet wapens en munitie; en
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3:9 Straatprostitutie
Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
te nodigen dan wel aan te lokken:
op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
gebieden;
gedurende andere dan door het college vastgestelde
tijden.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
een bepaalde richting te verwijderen.
De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste
eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
bij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn,
anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
lid.
De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
verbod indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
lid.
Artikel 3:10 Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
delen van de gemeente.
Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
dergelijke
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
aan te bieden of aan te brengen:
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en
leefomgeving in gevaar brengt;
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan
in het belang van de openbare orde of de woon- en
leefomgeving gestelde regels.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
van de Grondwet.
HOOFDSTUK 3. › Afdeling 2:
Artikel 3:4
Seksinrichtingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Valkenburg aan de Geul 2013
Verwijzingen
- Artikel 3
- artikel 9
- artikel 1
- artikel 3
- artikel 76
- artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
- artikel 3
- Artikel 3
- artikel 7
- artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
- Artikel 3
- Artikel 3
- artikel 8
- artikel 3
- artikel 3
- Artikel 3
- artikel 74
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- Artikel 3
- artikel 6
- artikel 3
- artikel 1
- artikel 3
- artikel 3
- Artikel 3
- artikel 3
- artikel 67
- Artikel 3