Er geldt een aantal beperkingen bij het verstrekken van voorzieningen.
Lid 1 onder a bepaalt dat het noodzakelijk is dat een voorziening langdurig noodzakelijk is. Op deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: hulp bij het huishouden na een ziekte of ziekenhuisopname. Als deze kortdurende hulp bij het huishouden binnen een gemeente niet geleverd kan worden als algemene voorziening, waardoor geen individuele voorziening meer nodig zal zijn, zal deze hulp als individuele voorziening verstrekt moeten worden. Deze uitzondering dient dan in de verordening te worden opgenomen.
Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een te bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is dient gerekend te worden tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers iemand gehele verdere leven noodzakelijk zijn.
Lid 1 onder b bepaalt dat de voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aangemerkt moet kunnen worden. Het gaat daarbij op de eerste plaats om een voorziening die compenserend is voor de ondervonden problemen, zodat het te bereiken doel daadwerkelijk bereikt kan worden. Maar wanneer dan meerdere voorzieningen compenserend blijken te zijn mag volstaan worden met de goedkoopste voorziening.
N.B. Voor hulp bij het huishouden wordt als eerste nagegaan of inzet van een alfahulp compenserend is en tot het gewenste resultaat leidt. Ondersteuning door een alfahulp is vergelijkbaar met zorg in natura en voor belanghebbenden die geen regie over de huishoudelijke taken nodig hebben veelal adequaat. Deze voorziening is echter aanzienlijk goedkoper dan zorg in natura en kan daarom worden aangemerkt als een goedkoopst compenserende voorziening. Wel dient de belanghebbende goed te worden geïnformeerd over deze vorm van hulp bij het huishouden en een formulier “geïnformeerde toestemming” te ondertekenen. Indien de cliënt nadrukkelijk voor zorg in natura kiest, kan alsnog zorg in natura worden toegekend.
Lid 2 bepaalt onder a dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening als algemeen gebruikelijk beschouwd dient te worden voor een persoon als de aanvrager.
Verder wordt geen voorziening toegekend als niet meer is na te gaan of de voorziening noodzakelijk was en of wel sprake was van een goedkoopst compenserende voorziening. Is de voorziening te duur geweest dan kan de gemeente volstaan met het vergoeden van een lager bedrag conform de goedkoopst-compenserende voorziening.
Hoofdstuk 7
Artikel 24
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2013