Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden individueel recht langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Den Haag 2013

1.. Wanneer van de gehuwden zoals bedoeld in artikel 3 van de wet, het inkomen in de referteperiode, meer dan 110 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedraagt, en gehuwden in deze periode niet ononderbroken gezamenlijk op hetzelfde adres bij Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven hebben gestaan, kan het recht voor ieder van de gehuwden individueel getoetst worden, waarbij er op geen enkel moment tijdens de referteperiode sprake mag zijn van een inkomen hoger dan 110% van de op dat moment van toepassing zijnde bijstandsnorm. Gezamenlijk kan het bedrag waarop de gehuwden aanspraak maken niet hoger zijn dan het recht op langdurigheidstoeslag voor gehuwden. 2.. Wanneer één van de gezinsleden zoals bedoeld in artikel 4 van de wet, niet aan de voorwaarden voldoet zoals bedoeld in artikel 3 van de verordening of is uitgesloten zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening, en de gehuwden in de referteperiode niet ononderbroken gezamenlijk op hetzelfde adres bij Gemeentelijke Basisadministratie ingeschreven hebben gestaan of daar niet ononderbroken gezamenlijk hun woonplaats hebben gehad zoals bedoeld in artikel 40 van de wet, kan het recht voor ieder van de gehuwden individueel getoetst worden waarbij er op geen enkel moment tijdens de referteperiode sprake mag zijn van een inkomen hoger dan 110% van de op dat moment van toepassing zijnde bijstandsnorm. Gezamenlijk kan het bedrag waarop de gehuwden aanspraak maken niet hoger zijn dan het recht op langdurigheidstoeslag voor gehuwden.

Rechtspraak bij dit artikel