Naar hoofdinhoud
1.. Het tarief van de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: percelen die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0214%; percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0312%; met dien verstande dat per perceel niet meer dan € 25.000,00 wordt geheven. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij percelen die in hoofdzaak tot woning dienen: € 134,04. 3.. De belasting als bedoeld in onderdeel 2 bedraagt, indien het perceel op 1 januari of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 134,04 ; wordt gebruikt door twee personen € 151,32 ; wordt gebruikt door drie personen of meer € 168,60. 4.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per belastingjaar bij percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen: € 167,16. 5.. Voor de toepassing van het derde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. 6.. Voor de vaststelling van de gebruikssituatie ten aanzien van een particulier huishouden is beslissend wat ter zake in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is geregistreerd, tenzij blijkt dat de gebruikssituatie anders is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel