**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 38,5% van a. de norm bedoeld in artikel 21 onder
van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande;
de norm bedoeld in artikel 21 onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande ouder;
de norm bedoeld in artikel 21 onder c van de wet, voor gehuwden; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt.
**2..** Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 eerste lid van de wet wordt het recht op langdurigheidstoeslag van de overige leden van het gezin beoordeeld zonder rekening te houden met het uitgesloten gezinslid, met dien verstande dat gedragingen als bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening alsmede de middelen van het uitgesloten gezinslid wel in de beoordeling worden betrokken.
Artikel 5
- Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2013