Naar hoofdinhoud
1.. Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel stelt elk bestuursorgaan inspraak open met betrekking tot elk daarvoor in aanmerking komend beleidsvoornemen. 2.. Inspraak volgens deze verordening wordt altijd verleend indien en op de wijze zoals de wet of een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. 3.. Geen inspraak volgens deze verordening wordt verleend: indien en voor zover bij of krachtens de wet andere vormen van inspraak zijn voorgeschreven; indien en voor zover inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; ten aanzien van naar het oordeel van het bestuursorgaan ondergeschikte herzieningen, uitwerkingen of toepassingen van eerder vastgesteld beleid; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen naar het oordeel van het bestuursorgaan zo spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van inspraak naar het oordeel van het bestuursorgaan niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Rechtspraak bij dit artikel