In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 gelden de
volgende betalingstermijnen:
bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de
aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de
maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt op de
laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later;
bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten
de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
termijn één maand later.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde
beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de voorgaande leden
van toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de
vaststelling van de aanslag.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.