De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder meer
niet te worden verleend indien:
de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied waarvoor
geen bestemmingsplan geldt;
de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd
met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met andere wet- of
regelgeving;
het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van
een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting;
het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
andere voorzieningen van openbaar nut;
de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen te
stellen voor tijdige en kwalitatief goede uitvoering c.q. nakoming
van zijn feitelijke en de financiële verplichtingen;
exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg
van voorzieningen van openbaar nut;
exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil
onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan wel de
bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;
de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut door
de gemeente te laten aanleggen, behoudens in het geval van een
verkregen opdracht als bedoeld in artikel 5 lid b onder 5.
Artikel 7.
Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden