Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening Leidschendam-Voorburg 2004

1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Wet: de Drank- en Horecawet; inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uigeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte; horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse; horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse; alcoholvrije drank: drank die geen alcohol bevat alsmede drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor hoogstens een half volumeprocent uit alcohol bestaat; sterke drank: drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumeprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn; zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank; alcoholhoudende drank: drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat; leidinggevende: 1° de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Wet; 2° de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen; 3° de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting; 2.. Artikel 1 van de Drank- en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op de niet op die Wet steunende bepalingen van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel