**1..** Ontheffingen verleend krachtens de Drank- en Horecaverordening 2000 blijven 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
**2..** Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Drank- en Horecaverordening 2000 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht, indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
**3..** Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening een aanvraag om een verlof of ontheffing op grond van de Drank- en Horecaverordening 2000 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
**4..** Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een verlof of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 9, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 9, tweede lid.
**5..** Op Leidschendamse inrichtingen die vallen onder artikel 3 van deze verordening en die in het bezit zijn van een rechtsgeldige vergunning voor het horecabedrijf is de beperking genoemd in dat artikel niet eerder van toepassing dan één jaar nadat de betreffende vergunning aan die bepaling is aangepast.
**6..** Op Leidschendamse inrichtingen die vallen onder artikel 7 van deze verordening en die in het bezit zijn van een rechtsgeldige vergunning voor het horecabedrijf zijn de voorschriften genoemd in dat artikel niet eerder van toepassing dan één jaar nadat de betreffende vergunning aan die bepaling is aangepast.
Paragraaf 6
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Drank- en Horecaverordening Leidschendam-Voorburg 2004