**1..** Burgemeester en wethouders verbinden aan een vergunning voor het horecabedrijf als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet, de volgende voorschriften:
de vergunning niet geldt voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse voor, tijdens of na bijeenkomsten van persoonlijke aard als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de Wet;
het is niet toegestaan om de onder a genoemde bijeenkomsten openlijk aan te prijzen, daarvoor reclame te maken of daarmee te adverteren.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen voorts een vergunning voor het horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid door middel van voorschrift uitsluitend laten gelden voor het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens de binnen de doelstelling van de betreffende instelling vallende activiteiten met een uitloop van maximaal één uur voor de aanvang tot één uur na afloop van die activiteiten.
Paragraaf 4
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Drank- en Horecaverordening Leidschendam-Voorburg 2004