Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

- Vrijlating van inkomsten en premies

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ Asten 2012 1e wijziging

1.. Voor de persoon die een uitkering ontvangt op grond van de WWB en die arbeid in deeltijd aanvaardt waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan vrijlating van inkomsten uit arbeid plaatsvinden conform artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van de wet. 2.. Voor de alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een tot zijn laste komend kind tot 12 jaar, die een uitkering ontvangt op grond van de WWB en die arbeid in deeltijd verricht waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, kan aansluitend op de vrijlating als bedoeld in het eerste lid, vrijlating van inkomsten plaatsvinden conform artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de wet. 3.. Het college kan aan personen die een uitkering hebben ontvangen op grond van de WWB, IOAW, IOAZ, WW, Wia of Wajong een premie toekennen bij uitstroom door werkaanvaarding of door het starten in een zelfstandig bedrijf of beroep. Ook kan een premie verstrekt worden aan de uitkeringsgerechtigde die blijvend aangewezen is op deeltijdwerk of aan de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder die werkzaam is in een deeltijd dienstbetrekking. 4.. De premie als bedoeld in het derde lid bedraagt maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de wet. 5.. Het college kan aan een werkgever, die personen - die behoren tot de doelgroep - duurzaam tewerkstelt, een premie verstrekken. 6.. Het college stelt nadere regels ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel