Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5

Artikel 18

Tijdelijk raadslid

Onderdeel van Verordening voorzieningen raadsleden 2007

Het gaat steeds om een tijdelijke ontslag en een tijdelijke vervanging die beide eindigen van rechtswege na een periode van 16 weken. Het is niet mogelijk om korter dan 16 weken tijdelijk ontslag te nemen en te worden vervangen. Het is wel mogelijk langer dan 16 weken ontslag te nemen, maar dan steeds voor een nieuwe periode van 16 weken. Binnen één raadsperiode kan echter per lid niet meer dan drie maal gebruik worden gemaakt van het recht. Twee op elkaar aansluitende perioden van 16 weken tellen ook als twee perioden, zodat in de resterende zittingsduur nog maar één vervanging mogelijk is. Dat het niet vaker mogelijk is, heeft, zoals in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is aangegeven, als reden dat dan eerder de vraag aan de orde is of er voldoende continuïteit aanwezig is voor de vervulling van - voor de gemeenten - het raadslidmaatschap. Het is toch het betrokken lid dat in eerste instantie is gekozen in de raad. De mogelijkheid moet dan ook in eerste instantie worden gezien als een tegemoetkoming aan het betrokken lid om bij zwangerschap en bevalling dan wel langdurige ziekte niet gehinderd te worden door de druk om onder deze omstandigheden toch bij het besluitvormingsproces aanwezig te moeten zijn. Het gaat om een recht en niet om een verplichting. Met name voor raadsleden die bij zwangerschap en bevalling hiervan gebruik willen maken, is het, anders dan in het arbeidsproces, een vrijwillige keuze om van deze mogelijkheid gebruik te maken. Procedure De vervangingsmogelijkheid is neergelegd in een aantal wijzigingen van de Kieswet. Naast de procedurele bepalingen in de artikelen X10. X11 enX12 is nog een aantal wijzigingen aangebracht dat er toe leidt dat er een verschil wordt gemaakt tussen een definitieve ontslagname en een tijdelijke ontslagname. Een raadslid dat wegens zwangerschap en bevalling tijdelijk ontslag wil nemen legt een overeenkomstig verzoek neer bij de voorzitter van de raad. Het verzoek bevat een datum die (ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling. Ter onderbouwing daarvan wordt aan het verzoek een verklaring van een arts of verloskundige toegevoegd waaruit deze datum blijkt. De voorzitter van de raad verleent vervolgens het tijdelijk ontslag, tenzij het een verzoek betreft voor een periode geleden binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur van de raad. Een raadslid dat wegens ziekte verhinderd is het raadslidmaatschap uit te oefenen, kan de voorzitter van de raad verzoeken hem tijdelijk ontslag te verlenen als uit de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. In dat geval gaat het tijdelijk ontslag in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. Ook in dit geval geldt dat het verzoek niet wordt ingewilligd als het tijdstip waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor het einde van de zittingsduur van de raad. Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag. Het is, als de gezondheidstoestand van het te vervangen raadslid dat noodzakelijk maakt, mogelijk aansluitend nogmaals een periode van 16 weken vervangen te worden. Er kan ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag worden verleend. Verkorte procedure De voorzitter van de raad beslist op een verzoek tot tijdelijk ontslag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek. De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag onderwerp Vervanging raadsleden datum 3 november 2006 02/04 geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige en bevat de dag van ingang van het ontslag. De voorzitter van de raad informeert onverwijld de voorzitter van het centraal stembureau over zijn beslissing een raadslid tijdelijk ontslag te verlenen. Vervolgens benoemt de voorzitter van het centraal stembureau een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag. De hoofdstukken V en W van de Kieswet over het begin van het lidmaatschap en de opvolging zijn van toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel V 2, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aangenomen. Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag. Een vervanger heeft de mogelijkheid tussentijds ontslag te nemen. In het geval dat de vervanger van het raadslid aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel zelf wordt benoemd tot raadslid in een anderszins opengevallen plaats, benoemt de voorzitter van het centraal stembureau een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag. Artikel X 6 van de Kieswet dat bepaalt dat een raadslid in functie blijft totdat de geloofsbrieven van de opvolger zijn goedgekeurd, is niet van toepassing op een vervanger. Immers de vervanger is van rechtswege ontslag verleend met ingang van de dag volgende op die van de vervangingsperiode. Het raadslid dat vervangend werd, is met ingang van die dag van rechtswege weer in functie. Omdat het oorspronkelijke lidmaatschap weer herleeft, zijn voor diens terugkeer de benoemingsvoorwaarden die bij andere vacaturevervullingen wel van toepassing zijn niet aan de orde. Rechtspositionele aspecten Het tijdelijk ontslag wordt niet gelijkgesteld met aftreden. Het raadslid dat vervangen wordt, behoudt de raadsvergoeding en de helft van de onkostenvergoeding. Dat de onkostenvergoeding ten dele wordt voortgezet, heeft als reden dat aangegane verplichtingen zoals abonnementen blijven doorlopen. De vervanger ontvangt de volledige raadsvergoeding en de volledige onkostenvergoeding zoals die voor de betreffende gemeenteraad geldt. Na afloop van de vervangingsperiode bestaat echter geen recht op een eventuele ontslaguitkering. Evenmin kan de vervanger aanspraak maken op een eventuele door de raad getroffen voorziening voor de opbouw van een ouderdomspensioen of een geldelijke voorziening bij invaliditeit en overlijden. Dat betekent dat de artikelen 9 en 10 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden niet van toepassing zijn op de vervanger. De overige artikelen (2 tot en met 8 en 11 tot en met 13) zijn wel van toepassing. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bereidt een wijziging voor het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden dat het bovenstaande regelt. Deze wijziging zal met terugwerkende kracht tot en met 11 oktober 2006 in werking treden. Het is nog niet bekend wanneer deze wijziging in het Staatsblad verschijnt. Dat neemt, gegeven de zekerheid van de terugwerkende kracht, echter niet weg dat het voorgaande al toegepast kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel