Het college kan een voorziening beëindigen als:
belanghebbende die aan een voorziening deelneemt zijn verplichtingen
als bedoeld in de wet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen niet nakomt;
belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroepen
van de wet;
belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen
gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
bijdraagt aan een doelmatige arbeidsinschakeling.