Naar hoofdinhoud
Lid 1 De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan een regeling voor een benoemingsprocedure vaststellen. Lid 2 De directeur is namens het dagelijks bestuur belast met de dagelijkse leiding over de gezamenlijke brandweer en handelt conform het door het dagelijks bestuur vastgestelde mandaatbesluit Lid 3 De directeur beheert namens het dagelijks bestuur de financiën en de middelen van het O.L.G.B. en handelt conform het door het dagelijks bestuur vastgestelde mandaatbesluit. Lid 4 De directeur voert namens het dagelijks bestuur het personeelsbeheer en handelt daarin conform het door het dagelijks bestuur vastgestelde mandaatbesluit. Lid 5 De directeur organiseert de ambtelijke en secretariële ondersteuning ten behoeve van het bestuur. Lid 6 De directeur geeft, indien daartoe door het algemeen en/of dagelijks bestuur uitgenodigd, zonodig vertrouwelijk, mondeling of schriftelijk de inlichtingen die door het bestuur ter uitvoering van zijn taken worden gevraagd. Lid 7 Het dagelijks bestuur stelt een instructie op omtrent de wijze waarop de directeur de in dit artikel genoemde taken dient te verrichten. Deze instructie moet instemming hebben van het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel