Naar hoofdinhoud
Lid 1 De eerste aanwijzing van leden van het bestuur moet uiterlijk een maand na de dag van het in werking treden van de regeling, hebben plaatsgevonden. Lid 2 De begroting wordt voor de eerste maal vastgesteld voor de periode, aanvangende op de dag, waarop de regeling in werking treedt, tot het einde van het kalenderjaar, dan wel wanneer het bestuur zulks bepaalt, tot het einde van het daarop volgende kalenderjaar. Lid 3 De eerste rekening en het eerste jaarverslag hebben betrekking op de periode, waarvoor de eerste begroting geldt.

Rechtspraak bij dit artikel