**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen onroerende- zaakbelastingen of het totaal van de op het aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelastingen met andere heffingen die in het belastingjaar van heffing worden opgelegd, worden betaald in evenzoveel gelijke maandelijkse termijnen als er met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt aan het eind van de maand, vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.
**2..** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt voor aanslagen onroerende-zaakbelastingen of het totaal van de op het aanslagbiljet verenigde aanslagen die na het jaar van heffing worden opgelegd, dat zij moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later.
**3..** De Algemene termijnen wet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013