Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur bestaat uit twintig leden, als volgt aan te wijzen: twee aan te wijzen door Provinciale Staten uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de Gedeputeerden; twee aan te wijzen door de raad van de gemeente Rotterdam uit hun midden, de voorzitter inbegrepen en uit de wethouders; de overige leden (een lid per gemeente) aan te wijzen door de raden van de andere deelnemende gemeenten uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders. 2.. Het algemeen bestuur benoemt een van de in lid 1, sub a, bedoelde leden tot voorzitter. De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Een van de in de lid 1, sub b, bedoelde leden wordt door het algemeen bestuur benoemd tot plaatsvervangend voorzitter. 3.. De in lid 1 bedoelde leden hebben in de vergaderingen van het algemeen bestuur elk een stem. 4.. Een lid kan te allen tijde door Provinciale Staten respectievelijk de gemeenteraad die hem hebben aangewezen worden ontslagen, dan wel zelf ontslag nemen. Provinciale Staten respectievelijk de gemeenteraad wijzen zo snel mogelijk nadat zijn plaats door ontslag of anderszins is opengevallen, een nieuw lid aan. 5.. Provinciale Staten kunnen respectievelijk de gemeenteraad kan een plaatsvervangend lid aanwijzen dat het door hen respectievelijk hem aangewezen lid in geval van ontstentenis of verhindering vervangt. Het bepaalde in lid 4 van dit artikel is ten aanzien van een plaatsvervangend lid van overeenkomstige toepassing. 6.. De leden en plaatsvervangende leden mogen niet in dienst van het Koepelschap werkzaam zijn. 7.. De besluiten tot het aanwijzen of ontslag van leden c.q. plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur worden in afschrift aan de andere deelnemers en aan het algemeen bestuur gezonden.

Rechtspraak bij dit artikel