De regionale commandant bepaalt, mede aan de hand van de gegevens hem door het Regionaal Commando en Verbindingscentrum en de brandweeralarmcentrale verstrekt, welke lokale brandweer bijstand verleent en welke lokale brandweer eventueel in staat van paraatheid wordt gebracht. De brandbestrijding en hulpverlening in de bijstandverlenende gemeente of gemeenten blijven hierbij gewaarborgd.
Aan elke opdracht van de regionale commandant tot het verlenen van bijstand dan wel het in paraatheid brengen van de brandweer moet worden voldaan.
Op verzoek van de burgemeester(s) van de betreffende gemeente(n) kan de regionale commandant belast worden met de operationele leiding van de bestrijding van een ramp, of een andere zich daartoe lenende gebeurtenis. De regionale commandant maakt daarbij gebruik van de regionale commandostructuur.
Het algemeen bestuur kan, gehoord de betrokken burgemeesters, instructies geven omtrent de wijze waarop lid 3 van dit artikel toegepast c.q. voorbereid wordt.
Bij afwezigheid of ontstentenis van de regionale commandant en zijn vervangers wijst de voorzitter een waarnemer aan.
Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast omtrent de wijze waarop de regionaal commandant de in dit artikel genoemde, alsmede andere, hem door het dagelijks bestuur opgedragen, taken dient te verrichten.
De Regionaal Geneeskundig Functionaris.
HOOFDSTUK IX
Artikel 24.
Artikel 24.
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond 2000