Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 19:

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bestuursacademie Zuid-Holland

1.. Toetreding tot deze regeling is mogelijk bij een besluit van het bevoegde orgaan van het desbetreffende lichaam nadat de meerderheid van de bevoegde organen der deelnemers daarin bewilligd heeft en na goedkeuring door de Kroon. 2.. Uittreding heeft plaats, indien het bevoegde orgaan van de desbetreffende deelnemer daartoe besluit en na goedkeuring van de Kroon. 3.. Bij uittreding dient een opzegtermijn van ten minste twee volle kalenderjaren in acht te worden genomen. Het algemeen bestuur stelt de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt dat voor het eerste en tweede jaar van de uittreding nog 100% van de deelnemersbijdrage is verschuldigd, voor het derde jaar 75%, voor het vierde jaar 50% en voor het vijfde jaar 25%. 4.. Wijziging van deze regeling kan geschieden bij besluit van de meerderheid van de bevoegde organen der deelnemers en na goedkeuring van de Kroon. 5.. Indien een wijziging wenselijk wordt geacht doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de bevoegde organen der deelnemers. 6.. Opheffing van deze regeling kan geschieden, indien de bevoegde organen van ten minste 2/3 van het aantal deelnemers daartoe besluiten. 7.. Binnen een maand, nadat de in het vorige lid bedoelde besluiten door de Kroon zijn goedgekeurd, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan, onder meer inhoudende een regeling omtrent de vereffening van het vermogen, vast, welk liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers naar evenredigheid van hun jaarlijkse bijdragen te delen in de financiële gevolgen van de opheffing, alsmede in de gevolgen, welke de opheffing voor het personeel heeft. Het dagelijks bestuur is belast met de liquidatie. Het openbaar lichaam blijft bestaan, tot de liquidatie is voltooid.

Rechtspraak bij dit artikel