Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.

Artikel 14.

Insprekers

Onderdeel van Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2013

1.. Burgers en organisaties hebben de mogelijkheid om in een geheel of gedeeltelijk openbare vergadering in te spreken bij een onderwerp dat op de agenda van de commissie staat, de rondvraag uitgezonderd, dan wel over een onderwerp dat niet is geagendeerd. Spreekgerechtigd zijn inwoners van Tilburg en woordvoerders van organisaties die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. 2.. Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat niet het woord kan worden gevoerd over: a.. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter is; b.. benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; c.. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d.. onderwerpen die louter een privé-belang betreffen; e.. onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding van de gemeente; f.. onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft kunnen inspreken; g.. onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is geweest of nog komt; h.. onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar zijn. 3.. De personen die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik wensen te maken, moeten daarvan tenminste één volle werkdag voor de aanvang van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de commissie onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. Wanneer iemand wil inspreken over een punt dat niet op de agenda staat, geldt hierbij een termijn van tien werkdagen. 4.. Indien een onderwerp ingevolge artikel 7, lid 6 in twee keer in de commissie wordt besproken, bestaat de mogelijkheid om in te spreken alleen in de eerste vergadering waarin het betreffende onderwerp aan de orde komt. 5.. De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken, indien meer dan één persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het woord wordt verleend. De spreektijd bedraagt in beginsel vijf minuten. Wanneer zich voor een bepaald onderwerp meerdere insprekers hebben aangemeld, kan de voorzitter een afwijkende spreektijd vaststellen, waarbij de totaal spreektijd voor de insprekers niet minder mag bedragen dan vijf minuten. 6.. De voorzitter verleent, nadat de commissie daartoe bij de vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang van de behandeling van een agendapunt, aan insprekers het woord om over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven. 7.. De insprekers moeten de door de voorzitter in het belang van de orde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord ontnemen. 8.. De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers vragen te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht. Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen punt van discussie tussen hen en de leden van de commissie. 9.. Insprekers krijgen na de bespreking in eerste termijn, de gelegenheid om kort en zakelijk te reageren op de inbreng van de commissie in eerste termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel