Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.

Artikel 7.

Oproepen/vaststellen agenda

Onderdeel van Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2013

1.. De vergaderingen van een commissie vinden plaats aan de hand van het door de raad vastgestelde vergaderschema. 2.. Een commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of dit door ten minste een derde van het aantal leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. 3.. De voorzitter bepaalt, in overleg met de commissiesecretaris, de ontwerp-agenda van de vergadering. Hij draagt er zorg voor dat de in artikel 6 bedoelde onderwerpen op de voorlopige agenda worden geplaatst, alsmede de rondvraag voor de portefeuillehouder wiens portefeuille tot het werkterrein van de commissie behoort en de rondvraag voor de voorzitter. 4.. Voor commissies die per vergadercyclus twee keer vergaderen wordt ten behoeve van de tweede vergadering een geactualiseerde agenda opgesteld, waaraan ook nieuwe agendapunten kunnen worden toegevoegd. 5.. Een lid van de commissie of het college kan de voorzitter verzoeken een onderwerp, op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie te plaatsen. 6.. De voorzitter geeft, spoedeisende gevallen uitgezonderd, 10 dagen voor de vergadering aan de leden kennis van de vergadering, onder opgaaf van de te behandelen punten. 7.. In de kennisgeving wordt aangegeven welke onderwerpen in één of twee keer (eerste keer informatief en tweede keer meningsvormend) in de commissie aan de orde komen. 8.. De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie, alsmede overige commissieleden, worden geïnformeerd over de kennisgeving, bedoeld in het vorige lid. De voorzitter bepaalt voorts aan wie de agenda eveneens moet worden toegezonden. 9.. De voorzitter draagt er zorg voor dat de vergadering wordt aangekondigd in een gratis verspreid huis-aan-huisblad en dat de agenda wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website van Internet, alsook de plaats waar de stukken ter inzage liggen. 10.. De commissie stelt bij het begin van de vergadering de agenda vast. 11.. In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan een commissie schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende commissievergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel