Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van BELEIDSREGELS TERUGVORDERING EN VERHAAL

Uitstel of matiging van de aflossingsverplichting Indien de financiële situatie van de debiteur, dan wel bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven kan het college op verzoek besluiten tot het verlenen van uitstel van betaling of matiging van de aflossingsverplichting gedurende een bepaalde periode. Nadat een besluit tot terugvordering wettelijk ten uitvoer is gelegd, kan het college op verzoek besluiten de aflossingsverplichting te matigen, met handhaving van het derdenbeslag. Aan deze matiging van de aflossingsverplichting kan het college voorwaarden verbinden. Indien gedurende een periode van ten minste 60 aaneengesloten maanden de debiteur, als gevolg van de nakoming van de betalingsverplichting of de wettelijke tenuitvoerlegging, een inkomen op of beneden de beslagvrije voet heeft genoten, kan het college, op verzoek tot matiging van de aflossingsverplichting besluiten. Voor vorderingen die niet zijn ontstaan wegens schending van de inlichtingenplicht geldt een termijn van 36 aaneengesloten maanden. In de gevallen waarin het college heeft besloten tot het verlenen van uitstel van betaling of tot matiging van de aflossingsverplichting, kan periodiek onderzoek plaatsvinden naar de draagkracht van de debiteur. Indien de financiële situatie of de omstandigheden van de debiteur zijn gewijzigd, kan het college besluiten tot geheel of gedeeltelijke intrekking van het besluit genoemd in de eerdergenoemde leden van dit artikel. Bij het ontstaan van nieuwe vorderingen kan het college het besluit tot uitstel van betaling of matiging van de aflossingsverplichting ambtshalve aanpassen. Indien de debiteur uitstel van betaling of matiging van de aflossingsverplichting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is verleend, wordt dit niet aangemerkt als het voldoen aan de aflossingsverplichting in de zin van artikel 15 van deze beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel