Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van BELEIDSREGELS TERUGVORDERING EN VERHAAL

Terugvordering Het college vordert de inkomensvoorziening terug van de debiteur voor zover deze: ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen; voortvloeit uit gestelde borgtocht; ingevolge artikel 52 van de WWB bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand of inkomen bestaat; anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de debiteur dit redelijkerwijs kon begrijpen, of anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat: de debiteur naderhand met betrekking tot de periode waarover een inkomensvoorziening is verleend, over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in artikel 31 WWB of artikel 8 van de IOAW of van de IOAZ beschikt of kan beschikken, en/of; een inkomensvoorziening is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de debiteur vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming. terugvordering als bedoeld onder e. vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel