**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1.30 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint) begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het onevenredig snoeien van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet;
dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden gezien, zodat binnen drie jaren weer sprake kan zijn van een aaneengesloten kronendak;
monumentale boom: boom als bedoeld in artikel 5 van deze verordening;
boomwaarde: de financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een beperkt zakelijk recht heeft op de houtopstand.
bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
hoofdboomstructuur Bomen die als zodanig zijn aangeduid in het Bomenbeleidsplan 2005 van de gemeente Tiel en eigendom zijn van publiekrechtelijke lichamen.
herplantfonds Financiële voorziening als omschreven in de toelichting op artikel 10 van deze verordening.