Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.

Artikel 4:10a

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het verbod geldt niet voor bomen of houtopstand zoals bedoeld in: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beheersplan; een door burgemeester en wethouders genomen besluit tot uitwerking c.q. wijziging van een bestemmingsplan krachtens artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening; een door burgemeester en wethouders goedgekeurd onderhoudsplan voor (een gedeelte van) de gemeentelijke groenvoorziening. 3.. Het verbod geldt tevens niet voor: houtopstanden als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Boswet, die aantoonbaar op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:10e; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud. 4.. De burgemeester kan, in afwijking van het eerste lid, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang, toestemming geven voor het direct vellen of doen vellen van houtopstand. 5.. In afwijking van artikel 1:2, tweede lid, kan het college de beslissing op een aanvraag voor een vergunning voor ten hoogste zes weken verlengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel