Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 23.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as.

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Het voornemen van burgemeester en wethouders om graven te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de graven geruimd zullen worden, door middel van een algemene mededeling op de begraafplaats bekend gemaakt. 2.. Het in het eerste lid bedoelde voornemen wordt bovendien tenminste 12 weken voor de ruiming bekend gemaakt in een regionaal verschijnend dag- of weekblad. 3.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde afgesloten gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen. 4.. Van de bij de ruiming van het graf aanwezige asbussen wordt de betreffende as verstrooid, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan om de asbus elders te begraven.

Rechtspraak bij dit artikel