Het college zorgt voor de voorbereiding van ten minste: a. beleid voor het onderhoud van openbare ruimte. Het beleid geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkosten systematiek en het meerjarig budgettair beslag. b. beleid voor het onderhoud (en uitbreiding) van riolering. Het beleid geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkosten systematiek en het meerjarig budgettair beslag. c. beleid voor het onderhoud van gebouwen. Het beleid bevat het beoogde onderhoudsniveau, de voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkosten systematiek en het meerjarig budgettair beslag. Voor de punten a, b en c stelt het college eenmaal per 4 jaar een beheerplan op, de raad stelt de beheerplannen vast.
Hoofdstuk 3
Artikel 13.2