Als een belanghebbende zich heeft misdragen tegenover het
college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB,IOAW of
IOAZ, wordt een verlaging opgelegd van 50% gedurende 1
maand.
Onder misdraging tegenover het bestuur of zijn ambtenaren onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering
van WWB,IOAW en IOAZ, wordt onder anderen verstaan:
verbaal geweld;
discriminatie;
ernstige intimidatie (uitoefenen van psychische
druk);
zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);
mensgericht fysiek geweld;
overige/combinatie van agressievormen.
De duur van de verlaging wordt verdubbeld, als de belanghebbende
zich binnen een periode van twee jaar na bekendmaking van een
besluit waarbij een verlaging wordt opgelegd opnieuw schuldig
maakt aan een als verwijtbaar aan te merken gedraging als
bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel
is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te
zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 7,
tweede lid.
Het college kan afwijken van de hoogte en duur van de verlaging
op grond van dringende redenen.
Hoofdstuk 4
Artikel 18 Misdragingen
Artikel 18 Misdragingen
Onderdeel van Afstemming- en handhavings-verordening WWB, IOAW en IOAZ 2012 en volgende jaren