Voordat een verlaging wordt toegepast, wordt de belanghebbende
in de gelegenheid gesteld hierover, mondeling of schriftelijk,
zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten
als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien
geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van
het college of van een derde aan wie het college met
toepassing van artikel 7 van de WWB en artikel 35 van de
IOAW en IOAZ werkzaamheden in het kader van de wet heeft
uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen
te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de WWB en
artikel 44 van de IOAW en IOAZ;
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van
verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 1
Artikel 6 Horen van een belanghebbende
Artikel 6 Horen van een belanghebbende
Onderdeel van Afstemming- en handhavings-verordening WWB, IOAW en IOAZ 2012 en volgende jaren