**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet:
Wet werk en bijstand.
b.
uitkeringsgerechtigde:
persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde
leeftijd, die algemene bijstand ontvangt ingevolge
de wet, ingevolge de Wet inkomensvoorziening ouderen
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
(IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen (IOAZ).
c.
ANW-gerechtigde:
persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering
ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet
(ANW).
d.
niet-uitkeringsgerechtigde:
persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde
leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de wet
en de persoon vanaf 16 jaar tot de AOW-gerechtigde
leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de
wetten en regelingen in artikel 6 van de wet. Met
een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld
de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in
de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch
waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever
wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2
van de wet.
e.
belanghebbende:
persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet
aanspraak kan maken op een voorziening.
f.
college
het college van burgemeester en wethouders van Den
Haag.
**2..** De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening en de daarop
berustende bepalingen van toepassing.