Het college geeft van het voornemen tot aanwijzing als beschermd
beeldbepalend pand kennis aan de eigenaren en andere zakelijk
gerechtigden en voorts aan degene die om aanwijzing heeft
verzocht. De kennisgeving geschiedt schriftelijk. In
spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken.
Om aantasting van een pand dat nog niet is aangewezen als
beschermd beeldbepalend pand, te voorkomen, kan het college
artikelen 17, 18, 19 en 20 van overeenkomstige toepassing
verklaren. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop
hiervan kennis wordt gegeven aan de eigenaren en andere zakelijk
gerechtigden. De werking van het besluit eindigt op het moment
dat de aanwijzing als bedoeld in artikel 13 plaatsvindt, dan wel
vaststaat dat het pand niet wordt aangewezen.
Het college beslist binnen 6 maanden na ontvangst van het
verzoek tot aanwijzing.
Het college maakt het besluit tot aanwijzing als beschermd
beeldbepalend pand binnen 4 weken na de datum van het besluit
openbaar bekend.
De aanwijzing van een beeldbepalend pand, gelegen buiten een
gebied dat is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht
als bedoeld in artikel 21 van deze verordening of artikel 35 van
de Monumentenwet 1988, vervalt op het moment dat het
bestemmingsplan in werking is getreden waarin voor het
beeldbepalende pand een vergunningvereiste is opgenomen voor het
geheel of gedeeltelijk afbreken van het pand.