Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Monumentenverordening 2012 (versie 2)

Het college geeft van het voornemen tot aanwijzing als beschermd beeldbepalend pand kennis aan de eigenaren en andere zakelijk gerechtigden en voorts aan degene die om aanwijzing heeft verzocht. De kennisgeving geschiedt schriftelijk. In spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken. Om aantasting van een pand dat nog niet is aangewezen als beschermd beeldbepalend pand, te voorkomen, kan het college artikelen 17, 18, 19 en 20 van overeenkomstige toepassing verklaren. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop hiervan kennis wordt gegeven aan de eigenaren en andere zakelijk gerechtigden. De werking van het besluit eindigt op het moment dat de aanwijzing als bedoeld in artikel 13 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het pand niet wordt aangewezen. Het college beslist binnen 6 maanden na ontvangst van het verzoek tot aanwijzing. Het college maakt het besluit tot aanwijzing als beschermd beeldbepalend pand binnen 4 weken na de datum van het besluit openbaar bekend. De aanwijzing van een beeldbepalend pand, gelegen buiten een gebied dat is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 21 van deze verordening of artikel 35 van de Monumentenwet 1988, vervalt op het moment dat het bestemmingsplan in werking is getreden waarin voor het beeldbepalende pand een vergunningvereiste is opgenomen voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van het pand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel