Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Monumentenverordening 2012 (versie 2)

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag in een archeologisch verwachtingsgebied de bodem dieper dan 50 cm (stedelijk gebied) en 35 cm (landelijk gebied) onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het verbod is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage trefkans en het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2, of in een gebied met een gemiddelde trefkans en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2, of in een gebied met een hoge trefkans en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2. naar het oordeel van het college uit reeds beschikbare informatie blijkt dat er geen behoudenswaardige archeologische waarden in het geding zijn; de bodemverstorende werkzaamheden deel uitmaken van reguliere onderhouds- of beheerwerkzaamheden. het archeologisch verwachtingsgebied is gelegen in een gebied waarvoor de raad na 1 januari 2008 een bestemmingsplan heeft vastgesteld. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; het een bodemverstorende activiteit betreft in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onderdeel h, van de Monumentenwet 1988. 3.. Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorschriften verbinden met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. 4.. De vergunning kan slechts worden verleend indien een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel