Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 12

Subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2009

1.. Indien er sprake is van een subsidieverlening ingevolge artikel 11, zevende lid, dient de subsidieontvanger vóór een door het college te bepalen datum na afloop van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, met uitzondering van de subsidies genoemd in artikel 11, achtste lid. 2.. Bij het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger de door het college nader te bepalen gegevens die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn. 3.. Het college stelt in dat geval binnen 8 weken de subsidie vast. 4.. De subsidie kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, Awb, lager worden vastgesteld, indien: is gebleken dat de subsidie aan andere activiteiten is besteed dan waarvoor zij is verleend; is gebleken dat de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend lager waren dan in de subsidieaanvraag is opgegeven. de ontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hierin ondanks een schriftelijke waarschuwing geen verandering brengt; de ontvanger naar het oordeel van het college een financieel wanbeleid voert; de instelling bij rechterlijk vonnis is ontbonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel