**1..** De belastingen worden geheven;
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, van waaruit water als bedoeld in artikel 2 sub b wordt afgevoerd en dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel variabel hemel- en grondwater; en
van de gebruiker van een perceel van waaruit direct of indirect water als bedoeld in artikel 2 sub a op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel afvalwater; en
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, verder te noemen: eigenarendeel vast recht.
**2..** Met betrekking tot het eigenarendeel van de belastingen wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belastingen wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt:
ingeval een gedeelte van een perceel –niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013