In deze verordening wordt verstaan onder:
haven: de Piushaven en het openbaar vaarwater in beheer en onderhoud bij de gemeente, nader aangeduid op de bij deze verordening als openbaar water gearceerd gedeelte behorende kaart;
kaden en oevers: de direct aan het openbaar vaarwater grenzende en gelegen weggedeelten en/of gedeelten van de openbare ruimte, een en ander zoals aangeduid op de bij deze verordening behorende kaart;
ligplaats: een op de bij deze verordening behorende kaart gemarkeerd gedeelte van het openbaar vaarwater, bestemd en geschikt om door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;
openbaar vaarwater: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;
bijbehorende voorzieningen: zaken op de vaartuigen, kaden en oevers, zonder welke het gebruik van het vaartuig niet goed mogelijk is, gelet op aard en functie van het vaartuig;
vaartuig: elk drijvend voorwerp dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd ofgeschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen;
museumschip: elk vaartuig dat door zijn authenticiteit en door historie en verschijningsvorm demoeite van het behouden en bekijken waard is, en dat zowel nagenoeg permanent bewoond als in het geheel niet bewoond wordt;
bijzonder vaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een museumschip, dat een bijzondere uitstraling en/of bijzondere functie heeft en dat een afspiegeling geeft van de ontwikkelingsgeschiedenis van diverse scheepstypes;
bedrijfsvaartuig: elk vaartuig, niet zijnde een museumschip of bijzonder vaartuig, dat een toeristisch, dienstverlenend en/of commercieel doel dient;
passantenvaartuig: elk vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor de recreatie en slechts voor beperkte duur een tijdelijke ligplaats inneemt;
schouwcommissie: een door het college van burgemeester en wethouders ingestelde commissie vanadvies ex artikel 84, eerste lid van de Gemeentewet ten behoeve van de beoordeling van museumschepen alsmede ten behoeve van de advisering van bijzondere vaartuigen en bedrijfsvaartuigen;
havenmeester: een als zodanig door het college van burgemeester en wethouders aangewezengemeenteambtenaar;
winterberging: het gedurende de periode van medio september tot en met medio mei dat de haven gesloten is voor passantenvaartuigen, ligplaats bieden aan schepen die, al dan niet bewoond, een tijdelijke ligplaats voor de winterperiode zoeken;
vergunning: schriftelijke verklaring van het college van burgemeester en wethouders waarbij aan de aanvrager in zijn hoedanigheid toestemming wordt gegeven om ligplaats in te nemen voor een specifiek omschreven vaartuig;
Hoofdstuk I.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van Havenverordening Piushaven Tilburg 2006