Deze verordening wordt aangehaald als Handhavingsverordening WWB.
Aldus besloten door de Raad van de gemeente Midden-Delfland in zijn openbare vergadering van 26 oktober 2004.
De griffier, de voorzitter,
A.de Vos, A.J. Rodenburg
Toelichting Handhavingsverordening WWB
Algemeen
In de Wet Werk en Bijstand (WWB) is de verplichting tot handhaving van regels, zoals die golden in de Abw, losgelaten en omgezet in een “kanbepaling”. Hiermee krijgt de gemeente de bevoegdheid om haar eigen regels te bepalen omtrent handhaving. De gemeenteraad stelt op hoofdlijnen het beleid rond handhaving vast d.m.v. de Handhavingsverordening en geeft daarmee de gelegenheid om nadere invulling te geven aan de verordening in de vorm van beleidsregels. De verordening sluit zoveel mogelijk aan op de huidige wet en gemeentelijk beleid. In deze notitie wordt per hoofdstuk een toelichting gegeven op de Handhavingsverordening.
Hoofdstuk 2 gaat over fraudepreventie.
Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop de potentiële klant een beroep doet op bijstand. Een goede controle op de aanvraag voorkomt dat klanten ten onrechte in de bijstand komen. De controle wordt vooraf gegaan door voorlichting en heldere communicatie over het controle/fraudebeleid van de gemeente. Controle op de aanvraag wordt zo nodig vormgegeven door huisbezoeken en het gebruik van SUWI-net waarin actuele gegevens staan van potentiële klanten m.b.t. inkomen uit loon of uitkering.
Hoofdstuk 3 bepaalt onder andere dat de gemeente de ten onrechte verstrekte bijstand terugvordert. Hier wijzigt niets ten opzichte van de huidige situatie. De toevoeging bij art. 4 eerste lid is opgenomen omdat het principe, om daar waar mogelijk, tot terugvordering over te gaan niet absoluut is. Om te voorkomen dat teruggevorderd zou moeten worden in die gevallen waar een wettelijke regeling zich verzet tegen dat besluit is de betreffende nuance opgenomen. Te denken valt aan de bepalingen omtrent verjaring in het BW of de bepalingen rond het wettelijk traject van de WSNP. Deze opsomming is echter niet limitatief, en aangezien toekomstige wetswijzigingen nog bepalingen kunnen toevoegen is gekozen voor een algemene formulering. Verhaal vindt plaats in drie situaties:
-Verhaal op onderhoudsplichtigen:
Hierin wijzigt niets ten opzichte van het huidige beleid, echter totdat de nieuwe alimentatiewetgeving van kracht wordt. Dan zal de taak voor de gemeente op het gebied van verhaal op onderhoudsplichtigen beperkter zijn. De verwachting is dat deze wet nog enige tijd op zich zal laten wachten, reden waarom in 2004 bezien zal worden of verhaalsbijdragen forfaitair kunnen worden vastgesteld, conform de methode die ook door de rechterlijke macht wordt gehanteerd.
-Verhaal op schenkingen:
Als een klant een schenking doet aan een derde en met deze middelen rekening zou zijn gehouden bij het besluit op de bijstandsaanvraag, wordt de schenking verhaald op degene die het heeft ontvangen. Ook dit is staand beleid
-Verhaal op nalatenschappen:
Er vindt verhaal plaats op de nalatenschap van de persoon indien aan die persoon ten onrechte bijstand is of blijkt te zijn verleend. Eveneens staand beleid.
De zogenaamde “dringende reden” om af te zien van terugvordering en verhaal is gelegen in de immateriële omstandigheden van de debiteur. Bijvoorbeeld als terugvordering of verhaal tot onaanvaardbare consequenties zou leiden, in relatie tot de geestelijke of lichamelijke gezondheid van de belanghebbende. Dit komt ook terug in de beleidsregels van deze verordening. Dit hoofdstuk regelt ook de wijze van incasso. Regel is dat het optimale wordt gedaan om in te vorderen. In de beleidsregels zal het incassobeleid worden vormgegeven. Onderdeel daarvan is het vigerende beleid met betrekking tot kwijtschelding van (delen van) vorderingen, dat wordt ingezet om betaalgedrag van de debiteur te stimuleren. Als de debiteur zich houdt aan de afspraken, kan na drie of vijf (fraudevordering) jaar aflossen kwijtschelding worden overwogen. Ook een voorstel tot afkoop is onderdeel van het incassobeleid. Dit zal in de regel vooral gelden bij grote bedragen. In de beleidsregels worden de voorwaarden voor kwijtschelding aangegeven. Dit hoofdstuk bepaalt ten slotte de mogelijkheid om kosten, die verbonden zijn aan incasso, terug te vorderen, als ook de wettelijke rente waarmee de vordering wordt verhoogd bij wanbetaling. In de beleidsregel zullen kosten en rente worden vastgelegd. Reeds afgedragen belastingen over de bijstand en betaalde ziekenfondspremies worden eveneens teruggevorderd.
Hoofdstuk 4 gaat over de controle tijdens de bijstandsuitkering en na de beëindiging. In het periodiek handhavingsplan Sociale Zaken zullen de termijnen waarbinnen deze onderzoeken moeten worden verricht en de voorwaarden waaronder, worden beschreven. Verder bepaalt dit hoofdstuk de wijze waarop fraude wordt bestreden tijdens de uitkering. Middelen die hiervoor worden ingezet zijn de bestandkoppelingen met de belastingen en het Inlichtingenbureau.
Hoofdstuk 5 ten slotte, regelt de verlaging van de uitkering, conform de Afstemmingsverordening, als betrokkene niet aan verplichtingen voldoet of ten onrechte bijstand heeft ontvangen. Daarnaast wordt aangifte van fraude gedaan bij het Openbaar Ministerie. De voorwaarden voor aangifte worden jaarlijks afgestemd met het Openbaar Ministerie.