De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te
benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt
voor een periode van maximaal vijf jaar.
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van
de accountantscontrole voor.
De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole
het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden
voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:
de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
rapporteringstoleranties) bij
de controle van de jaarrekening;
de apart te controleren deelverantwoordingen en de
daarbij toe te passen omvangsbases en
goedkeuringstoleranties (en
afwijkende
rapporteringstoleranties);
de inrichtingseisen voor het verslag van
bevindingen;
de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
controles;
de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
tussentijdse rapportering;
en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar:
de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met
bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de
accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
besteden;
de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met
bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de
accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
besteden.
In afwijking van het gestelde in lid 3, letters f en g
kan de raad in het programma van eisen opnemen, dat de
raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in
overleg met de accountant vaststelt de posten van de
jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de
gemeentelijke producten en de gemeentelijke
organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn
controle specifiek aandacht dient te besteden en welke
rapporteringstoleranties hij daarbij dient te
hanteren.
In geval van Europese aanbesteding van de
accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van
de accountant de selectiecriteria vast en per
selectiecriterium de bijbehorende weging vast.
Artikel 2.