Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen bijstandsnorm 2006

1.. In deze verordening wordt verstaan onder de wet: de Wet werk en bijstand alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gehuwde: gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; woning: een woning, een woonwagen en een woonschip; woonkosten: indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: rioolrechten, het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting, de brand- en opstalverzekering en het eigenaarsdeel van de waterschapslasten. netto minimumloon: het netto minimumloon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet. 2.. Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt als partner geregistreerde en de ongehuwde van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, die met een persoon van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. 3.. Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5.. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract, of zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel