Indien van een vaartuig enig voorwerp verloren raakt, dat drijvend of gezonken gevaarlijk of hinderlijk kan zijn, is iedere rechthebbende van een ligplaats die hiervan kennis neemt, verplicht hiervan onverwijld kennis te geven aan de havenmeester, gemeente- of politieambtenaar. De plaats waar het drijvende of gezonken voorwerp zich bevindt moet terstond worden gemarkeerd.