Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Havenverordening Drimmelen 1999

1.. Zonder voorafgaande mondelinge toestemming van de rechthebbende op de haven is het de schipper verboden met een vaartuig geladen met licht ontvlambare, ontplofbare of giftige stoffen de haven binnen te varen of een ligplaats in te nemen. Bij het laden of lossen van licht ontvlambare, ontplofbare of giftige stoffen is de schipper verplicht tot naleving van de omtrent het vervoer bestaande wetten en besluiten, alle bijzondere voorzorgsmaatregelen te nemen, die hem door de rechthebbende worden voorgeschreven. 2.. Niemand mag aan boord van een in de haven vertoevend vaartuig lichtontvlambare, ontplofbare of bij ontvlamming fel brandende stoffen smelten, koken of verwarmen, tenzij met toestemming van de havenmeester. 3.. Tijdens het tanken en/of overslaan van benzine of andere licht ontvlambare motorbrandstof is het verboden daarbij te roken of open vuur te bezigen en de motor van een vaartuig in werking te hebben. 4.. De schipper, op wiens vaartuig brand is ontstaan moet terstond krachtige geluidssignalen geven en alle mogelijke maartregelen te treffen om schade aan andere vaartuigen te voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel