Een vaartuig mag alleen geladen of gelost worden op de daartoe bestemde of door de havenmeester aangewezen plaats. De havengebruikers zijn verplicht, indien ten gevolge van door hen of op hun last verrichte werkzaamheden restanten lading, emballage, puin, kalk, kolen, zand, grind, aarde of andere daarmee gelijk te stellen stoffen op een laad- of loswal of op een haventerrein zijn achtergebleven, te zorgen dat laad- en loswal of het haventerrein binnen de tijd van 1 uur na afloop van de te verrichten werkzaamheden geheel is gereinigd en/of ontdaan van de vorenvermelde stoffen of goederen.