De schipper van een gemeerd liggend vaartuig, met uitzondering van schepen, die niet voor het beroepsgoederenvervoer, dan wel de sleep- of duwvaart worden gebezigd, moeten gedogen, dat een ander vaartuig terzijde van zijn vaartuig komt en daarover verbinding met de wal kan hebben, mits niet om te laden of te lossen.