Bij herhaling van een gedraging als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet, binnen vierentwintig maanden nadat aan de nieuwkomer ter zake van die gedraging een boete is opgelegd, bedraagt de boete 40% van de in het eerste lid bedoelde bijstandsnorm.
Met het opleggen van een bestuurlijke boete wordt gelijkgesteld het besluit om
daarvan af te zien op grond van dringende redenen of bij ontbreken van iedere vorm van verwijtbaarheid, als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de wet.
3.Van de hoogte van de standaardboete kan worden afgeweken indien bijzondere
3. omstandigheden daartoe aanleiding geven.