**1..** In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het college de cliëntenraad om advies. De cliëntenraad is ook gerechtigd uit eigener beweging advies uit te brengen aan het college en/of de gemeenteraad.
**2..** Het college vraagt de cliëntenraad in ieder geval om advies bij de onderwerpen beschreven onder “artikel 3; beleidsterreinen” en zoals bedoeld onder artikel 12 van de wet.
**3..** Het advies wordt op zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt in:
bij nieuw beleid wordt de cliëntenraad in ieder geval betrokken bij het vaststellen van hoofdlijnen van het beleid;
bij evaluatie wordt de cliëntenraad in ieder geval betrokken bij het vaststellen van vragen die ten grondslag liggen aan de evaluatie.
**4..** De cliëntenraad kan ten aanzien van de uitvoering met het college in overleg treden aangaande zaken met een collectief karakter; individuele casuïstiek valt niet onder de reikwijdte deze verordening.
**5..** Het college maakt jaarlijks in overleg afspraken met de cliëntenraad over:
de onderwerpen waarover de cliëntenraad geconsulteerd wordt;
de wijze en het moment waarop de cliëntenraad in het beleidsvormingsproces, t.w.
voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie wordt betrokken.
**6..** De cliëntenraad brengt schriftelijk en gemotiveerd advies uit.
**7..** Indien het college besluiten af te wijken van het advies van de cliëntenraad, wordt de cliëntenraad hiervan zo spoedig mogelijk en gemotiveerd in kennis gesteld.
**8..** In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van de cliëntenraad, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de cliëntenraad is afgeweken.
Artikel 4
Werkwijze
Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie Wet maatschappelijke ondersteuning 2008.